Artikel details

Mijn mooie tas

Mijn mooie tas

Laatst zat ik in gedachten verzonken te wachten op de J-trein om van Bed-Stuy naar Manhattan te gaan. Voor de verandering werd de trein weer eens omgeleid. Je moest eerst een station terug, naar Myrtle, om daar de sneltrein te pakken naar de stad. Het liep tegen enen en aangezien ik niks voor ontbijt had gegeten, knabbelde ik op zogenaamd gezonde bruine crackers. Toch wel lekker om de honger even te stillen. Redelijk snel kwam de trein en voor de zekerheid vroeg ik nog of ik echt eerst terug moest. Ja dus.

Bij het volgende station aangekomen ondekte ik bij het uitstappen dat mijn tas er niet was. In alle staten keek ik om me heen en vroeg of iemand misschien mijn tas had gezien. Verdwaasd keken de paar passagiers om zich heen en een mompelde zelfs dat ik geen tas bij me had gehad. Nu twijfelde ik of ik inderdaad wel met mijn tas de trein in was gekomen. Als een razende rende ik de trein uit en vroeg aan de eerste beste conducteur of hij kon bellen naar station Flushing om te vragen of ze daar mijn bruine handtas konden vasthouden als ze het gevonden hadden. Ik werd he-le-maal gek. Dat ik net $100 had gepind deed pijn en dat mijn creditcardpassen in de tas zaten was op z'n zachts gezegd heel erg vervelend, maar het feit dat ik juist op deze dag ook mijn paspoort, rijbewijs en alles waar ik mij in Amerika mee kon identificeren bij me had, maakte dat ik radeloos werd.

Als een speer rende ik terug naar het vorige station in de hoop dat mijn tas daar nog zou liggen. Hijgend en puffend, het kon niet snel genoeg. De moed zakte me in de schoenen. Had ik het laten liggen of was het gestolen? Hoe wat wanneer dan? Wie waren naast me? Hoe konden ze het gestolen hebben? Of was ik nu werkelijk zo "slim" geweest om zonder mijn tas de trein in te gaan?
Na wat wel een uur leek was ik eindelijk op Flushing. Kennelijk was de conducteur al op de hoogte gesteld want hij keek op en liet me snel door. Mijn hart bonste in mijn keel. Zou mijn tas daar liggen of was het allang weg? Onder mijn neus vandaan gehaald zonder dat ik er erg in had? Mijn laatste restjes hoop verschrompelden bij het zien van de lege bank. Daar waar ik nog geen 15 minuten geleden gezeten had was niks, helemaal niks te zien. Met een strohalmpje hoop vroeg ik aan de meneer die het station schoon hield of hij misschien mijn tas had gezien. Maar helaas.

tas1b.jpgtas1a.jpgtas1.jpg

Op de trap naar beneden voelde ik me verlaten, verloren en ongeloofelijk eenzaam. Toch moest ik zo snel mogelijk bellen om mijn bankpassen enzo te laten blokkeren en mijn paspoort als verloren op te geven. Toen drong het ook nog tot me door dat ik niet eens een kwartje bij me had. Ik kon dus niks doen en voelde me zo ontzettend machteloos. Ik had niet eens een kwartje! Hoewel ik mensen die om geld vroegen wel eens klein geld heb gegeven, ben ik vaker langs ze heen gelopen. Ik voelde dan ook diepe schaamte, maar ik had geen keus. Ik moest echt bellen. Mijn hoop was de conducteur die wist wat er aan de hand was. Nadat ik heel veel moed verzameld had vroeg ik schoorvoetend "heeft u een kwartje voor mij om te bellen". In een fractie van een seconde veranderde zijn gezichtsuitdrukking van hoogmoedig: hallo-ik-ben-geen-sociale-instelling, in hier-neem-maar-want-dit-kan-ik-niet-aanzien. Op mijn gezicht moest te zien zijn hoe intens ongelukkig ik me voelde. Toen hield ik het ook niet meer. Verward en verdwaasd van alle emotie liep ik met betraande wangen naar de telefoon om te bellen.

Het heeft een paar dagen geduurd voordat ik weer mezelf was, maar inmiddels was ik gewend aan het feit dat mijn tas met paspoort en alles verdwenen was. De kans dat je jouw tas terug vindt hier in Bed-Stuy Brooklyn, zei de politie, is nagenoeg nihil. Mijn bankpassen waren dezelfde dag nog geblokkeerd, maar paspoort en rijbewijs, dat zou echt wel even duren. Ik was bezig te bedenken hoeveel burocratische rompslomp dit met zich mee zou brengen, toen precies drie dagen later opeens een onbekende man voor de deur stond die vroeg of ik Mireille was. Hij vroeg het wel 3 keer. Voor de zekerheid haalde hij z'n papiertje erbij met mijn naam erop. Ben jij dit?, vroeg hij nogmaals wijzend op het papiertje omdat de naam best wel lastig was om uit te spreken. Ik zei ja ik ben Mireille Liong-A-Kong. Toen zei hij, ik heb jouw tas gevonden. Vol ongeloof keek ik hem aan. Nee, zei ik nee. Hij zei je hebt het laten liggen op Flushing. Dat moet je niet doen. Langzaam drong het tot me door dat deze goede man echt mijn tas had gevonden. Het duurde minstens tien seconden voordat ik me het echt realiseerde. Van blijdschap deed ik mijn vrolijke Indiaanse dans, omhelsde ik hem en dankte hem uit de grond van mijn hart. Niet alleen had hij mijn tas gevonden, hij had het ook nog helemaal thuis bezorgd. Victor Maldonado heette hij en zijn lieve dochter had hem een lift gegeven.

Op de vraag hoe ik hem kon bedanken zei hij, "let goed op jouw tas." Na wat aandringen zei hij, kan je me vertellen waar je die tas hebt gekocht, want mijn vrouw vindt het een erg mooie tas en ik wil er een voor haar kopen. De tas was een kado geweest van mijn vader zei ik, maar dat was langer dan twee jaar terug en ik weet niet of ze deze nog hebben. Aangezien het mij niet geschikt leek hem mijn gebruikte tas aan te bieden bood ik hem een nieuwe tas aan van hetzelfde matriaal maar een net iets ander model. Deze vindt mijn vrouw ook wel mooi, maar die van jouw vindt ze eerlijk gezegd echt mooier. Als ze geen problemen heeft met een oude tas, mag ze de mijne hebben zei ik toen. En zo deed ik afstand van de mooiste tas die ik ooit van mijn vader heb gehad. Een tas waarvoor ik van geheel onbekende mensen complimenten kreeg. Dezelfe tas die ook door onbekende mensen is gevonden en teruggebracht. Die tas is letterlijk en absoluut in goede handen.